Gesprekken kunnen van het ene op het andere moment omslaan. Iemand is het niets eens met je denkwijze of trekt zich iets persoonlijk aan. Om te voorkomen dat jij je dan laat overrompelen, neem je de controle terug; je probeert het gesprek te sussen en terug te brengen naar een constructieve conversatie. Daarvoor moet je wel eerst weten in welk soort gesprek jij je bevindt. Dan pas kun je de volgende stap zetten.

Of je nou een belafspraak hebt met een klant, een aanpak bespreekt met je leidinggevende of na werktijd met je partner discussieert over wat er op het menu staat: gedurende de dag voer jij heel wat verschillende soorten gesprekken.

En ook al krijg jij dit keer niet jouw zin (het wordt Chinees in plaats van pizza) verlopen die gesprekken doorgaans prettig. Jij kan je zegje doen en jouw gesprekspartner luistert. Hij of zij hoeft het niet perse eens te zijn met wat jij zegt, maar er heerst onderling respect waardoor jij zonder onderbrekingen jouw zinnen kunt afmaken. 

Helaas lukt dat niet altijd.

Soms lijkt wat je zegt niet aan te komen of heb je geeneens de kans om er iets tegenin te brengen. Je collega blijft op felle toon verkondigen dat het land op deze manier naar de filistijnen gaat, ‘met de huidige politiek en zo’. Of je partner neemt jullie discussie erg persoonlijk op. In plaats van een gesprek te voeren, zijn jullie beland in een welles/nietes-discussie. 

Het enige dat je dan kunt doen is het gesprek kalmeren. Want op bovenstaande manieren heeft het überhaupt geen zin om een gesprek te voeren. 

Maar hoe doe je dat? 

Hoe breng je een gesprek dat uit de hand dreigt te lopen terug naar iets constructiefs? Door te (h)erkennen in welk soort gesprek jij je bevindt en vervolgens bij te sturen.

soorten gesprekken zijn er_

Hoe je elk gesprek (goed) voert

We onderscheiden vier soorten gesprekken. Deze ontstaan door met een paar dingen rekening te houden:

Ten eerste met de richting waarin de communicatie verloopt. Gaat dat via eenrichtingsverkeer of via tweerichtingsverkeer? Heel simpel: spreek jij en luistert de ander alleen maar? Of zijn jullie beide om de beurt aan het woord?

Ten tweede bepaal je het doel en de toon die het gesprek heeft. Spreekt iemand vooral vanuit zichzelf en met het doel een ander te overtuigen? — een competitief gesprek. Of toch met de intentie om een ander te voorzien van informatie? — een samenwerkend gesprek.

Zodra je die zaken kruist ontstaat er vier opties voor je gesprek:

soorten gesprekken zijn er_

De Toespraak

Je voorziet een ander van informatie. Je legt jouw collega bijvoorbeeld stap voor stap uit hoe het nieuwe CRM-systeem werkt. Jij bent aan het woord en zij luistert. Dat kan natuurlijk ook omgekeerd: jij zwijgt en luistert naar een ander die jou informatie geeft. Denk aan het bijwonen van een seminar.

De toespraak is zowel samenwerkend als eenrichtingsverkeer. 

De Tirade

Bij een tirade ben jij vooral aan het woord en doe je een poging een ander te overtuigingen van jouw gelijk of visie. Dat hoeft niet negatief te zijn hoor. Je bent bijvoorbeeld erg in je nopjes over het ontdekken van een nieuwe hobby en deelt dit met een vriend. 

Dit kan om omgekeerd: jij aanschouwt een tirade. In dit geval negatief: de dienst die je hebt geleverd voldoet niet aan de verwachtingen van de klant. Hij laat jou dit telefonisch weten. Zacht uitgedrukt: op een niet zo aangename toon.

De tirade is zowel competitief als eenrichtingsverkeer.

De Dialoog 

Een dialoog vindt plaats zodra twee of meer mensen zowel luisteren als praten. Het doel kan zijn om informatie uit te wisselen (‘hoe zou jij dit aanpakken?’), maar ook het versterken van een relatie. Door elkaar beter te leren kennen bijvoorbeeld (‘heb je dit weekend nog iets aan die hobby gedaan?’)

De dialoog is zowel samenwerkend als tweerichtingsverkeer.

Het Debat

Als laatste hebben we het debat. Ook hier zijn jullie beiden aan het woord en wordt er ook wel geluisterd, maar is het doel vooraf om de ander te overtuigen van jouw gelijk. Denk aan die Chinees of pizza, maar ook het onderhandelen over welke aanpak jij en je collega hanteren. 

Het debat is zowel competitief als tweerichtingsverkeer.

Weet dat van de soorten gesprekken er geen beter is dan de rest. Iedere vorm dient zijn eigen doel en komt op verschillende momenten van pas. Het is volledig afhankelijk van de persoon waarmee je een gesprek hebt en de situatie waarin jij je bevindt. 

Wel is het handig om te herkennen in welk soort gesprek jij zit. Niet zodat je zeker weet dat jouw boodschap goed aankomt (bij een onderhandeling bereik je namelijk meer met een debat dan met een tirade), maar zodat je kunt ingrijpen wanneer het gesprek uit de hand dreigt te lopen.

soorten gesprekken zijn er_

Want hoe ga je om met een gesprek dat omslaat?

Je kunt nog zo’n goede intenties hebben, soms kan een gesprek omslaan. 

Zo hadden jij en je partner een constructief gesprek over de rol van technologie binnen de opvoeding van jullie kinderen — wel of geen Ipad, en hoe lang dan? Toch slaat het gesprek om naar een tirade waarin jullie beide jullie standpunten laten horen. Alleen: niemand luistert meer. Jullie praten langs elkaar heen en zijn slechts informatie aan het verkondigen, zonder rekening te houden met het perspectief van de ander. 

Dat werkt niet, voor beiden. 

Om het gesprek terug te brengen naar een conversatie waarin jullie elkaar respecteren, zul je moeten bijsturen. Je doet dit heel eenvoudig door te benoemen wat je ziet gebeuren. 

‘Oke, stop. Stop. We praten nu langs elkaar heen en op deze manier komen we nergens. Laten we afspreken dat we één voor één naar elkaar luisteren en elkaar niet onderbreken. We zijn nu vooral op basis van emotie bezig en dat schiet gewoon niet op.”

Herken dus de overgang en benoem de kenmerken. Daarmee voorkom je dat jullie communiceren op basis van emoties en dat de boodschap niet aankomt. Spreek met elkaar, niet tegen elkaar. Door actief te luisteren en open vragen te stellen. Zo kom je uit bij een dialoog.

… en wat nu als dat niet werkt?

Je hebt natuurlijk niet in de hand hoe een ander vervolgens reageert. Doorgaans merk je wel dat mensen even een stapje terug zetten omdat ze zelf ook merken dat het gesprek nergens heen gaat. Jullie belanden dan weer in een (beschaafd) dialoog en luisteren met oprechte interesse naar wat een ander te zeggen heeft. Je kunt jouw gesprekspartner daar tussentijds of na afloop voor bedanken:

‘Dank je dat je naar me hebt geluisterd en dat we hier over hebben gepraat. Hoewel ik eerst niet achter je idee stond, moet ik zeggen dat…’

Zo sluit je een dialoog mooi af. 

Maar wat nu als de gemoederen hoog blijven oplopen. Je hebt dan wel aangegeven dat jullie langs elkaar heen praten, maar het lijkt de ander geen zier te schelen. Hij of zij blijft zich fel uiten en geeft jou geen ruimte. Wat doe je dan?

In zo’n geval heeft het geen zin om verder te praten. Werkelijk. Jullie praten anders toch langs elkaar heen, het “gesprek” beëindigen is dan de enige manier om te voorkomen dat er (verdere) gevoelens worden gekwetst

Breng het dan ook op een subtiele wijze tot een eind. Hiermee voorkom je dat je een verdedigingsreactie uitlokt:

‘Ja, ik begrijp dat jij er op zo’n manier naar kijkt. Ik ben het er persoonlijk niet mee eens. Laten we het gesprek op een ander moment hervatten, want ik merk dat we er op deze manier niet uitkomen.’

soorten gesprekken zijn er_

Dit is één manier om met zo’n gesprek om te gaan

Zoveel soorten gesprekken, zoveel manieren om ze te voeren. Er is dan ook geen kant en klare wijze waarop je een gesprek goed voert (of sust, indien het uit de hand loopt). Bovenstaand is één manier waarop dat kan. Door direct te benoemen wat je ziet gebeuren, doe je een poging een gesprek weer constructief te maken. 

Merk je dat je dat nu lastig vindt – misschien omdat je je niet uit durft te spreken of omdat je confrontaties liever uit de weg gaat – overweeg dan een Assertiviteitscursus te volgen. Daar leren we je nog meer manieren om de controle (terug) te pakken tijdens een gesprek. In 1 dag en gegeven door experts.