Je kunt geen gedachten lezen. Toch probeer je het de hele dag. In gesprekken, in stiltes, in blikken die nét iets te lang blijven hangen. Maar hoe betrouwbaar zijn die invullingen eigenlijk? Lees hier hoe je onuitgesproken signalen kunt herkennen en in jouw voordeel kunt inzetten.
Wat komt aan bod:
- Wat bedoelen we met gedachten lezen in gesprekken?
- Welke signalen laten zien dat iemand iets inhoudt?
- Waarom is gedachten lezen in gesprekken nodig?
- Welke fouten maken mensen vaak hierbij?
- Hoe helpt assertiviteit om beter te begrijpen wat er speelt?
- Hoe moet je dan wel gedachten lezen? 6 tips om tussen de regels door te lezen
- Hoe vraag je door zonder te pushen? 7 goede vraagtechnieken
- Conclusie: je kunt dus geen gedachten lezen
- Veelgestelde vragen over gedachten lezen
Wat bedoelen we met gedachten lezen in gesprekken?
Met gedachten lezen in gesprekken bedoel ik niet een magische vaardigheid, zoals die van Edward Cullen in Twilight of in Mel Gibson’s film What women want, ik doel meer op hoe je merkt wat er in een gesprek onder de oppervlakte speelt zonder meteen van alles in te vullen. Je kunt namelijk niet letterlijk in iemands hoofd zien wat er speelt (was het maar zo), maar je kunt wel op een aantal signalen letten die je inzicht geven in welke kant een gesprek uit gaat.
Voorbeelden van “gedachten lezen” in gesprekken:
- signalen oppikken
- emoties en weerstand herkennen
- beter luisteren en kijken
- niet te snel aannames doen
- doorvragen op een manier die veilig en respectvol blijft
Kortom: wat is gedachten lezen volgens mij? Ik denk dat “gedachten lezen” niet alleen luisteren is naar de verbale communicatie, dus naar de dingen die gezegd worden. Het is ook letten op de dingen die niet gezegd worden, dus kijken naar de non-verbale communicatie.
Waarom is non-verbale communicatie belangrijk?
Non-verbale communicatie is belangrijk in een gesprek, omdat je je woorden bewust kunt kiezen. En je mag dan nog zo welbespraakt overkomen, je lichaam geeft vaak de waarheid achter die woorden weer. Je kunt dus nog zulke sterke woorden kiezen, maar als je lichaam iets anders uitstraalt, gelooft niemand je echt.
Arno van Dam, Carola van Tilburg, Peter Steenkist & Margreet Buisman besteden zelfs een heel hoofdstuk in hun boek Niet meer door het lint aan het belang van non-verbale signalen in de communicatie. Non-verbale communicatie bepaalt voor een groot deel hoe je overkomt, vaak zonder dat je het doorhebt. Je kunt nog zulke sterke woorden kiezen, maar als je lichaam iets anders uitstraalt, gelooft niemand je echt.
Voorbeelden non-verbale communicatie
- houding
- oogcontact
- gezichtsuitdrukking
- stemgebruik
Sta je open of gesloten, betrokken of afwezig? Mensen pikken dat razendsnel op. Wil je overtuigen, vertrouwen wekken of verbinding maken, begin dan niet bij wat je zegt, maar bij hoe je het zegt.
Hoogleraar psychologie aan het UCLA, Albert Mehrabian, stelde in zijn boek Nonverbal communication dat bij het communiceren van emoties en attitudes slechts 7% van de boodschap via woorden (verbaal) wordt overgebracht, 38% via de stemintonatie en 55% via gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding (non-verbaal).
Besef dus even: meer dan 55% van een gesprek bestaat uit hoe je iets zegt.
Dat laat toch wel zien hoe belangrijk het is dat je je bewust wordt van iemands non-verbale communicatie, zodat je beter begrijpt wat er gezegd wordt en misschien belangrijker nog… wat er juist achter wordt gehouden.
Welke signalen laten zien dat iemand iets inhoudt?
Als je in een gesprek zit, kun je aan een aantal signalen goed zien dat niet alles gezegd wordt:
- iemand zegt “prima” maar klinkt allesbehalve prima
- korte of ontwijkende antwoorden
- aarzeling vóór een reactie
- incongruentie tussen woorden en lichaamstaal
- plots stiller worden
- veel relativeren of afzwakken
- ongemakkelijke lachjes
- wegkijken
- zuchten
- spanning in houding
Let er wel op dat een signaal niet meteen betekent dat iemand iets achterhoudt. Iemand die wegkijkt, even stilvalt of zijn armen kruist, kan net zo goed moe, afgeleid of simpelweg aan het nadenken zijn. Het gaat dus niet om dat ene moment, maar om patronen en context.
Context betekent dat je kijkt naar de situatie waarin iets gebeurt. Is het een spannend gesprek? Staat er druk op de uitkomst? Kent iemand jou goed of juist niet? In een sollicitatiegesprek gedraagt iemand zich anders dan in een informeel overleg. Ook cultuur, persoonlijkheid en eerdere ervaringen spelen mee. Zonder die achtergrond is gedrag lastig te duiden.
Dit bericht op Instagram bekijken
Minstens zo belangrijk zijn patronen. Zie je bepaald gedrag steeds terugkomen, op vergelijkbare momenten of bij specifieke onderwerpen? Iemand die alleen ontwijkend reageert bij één vraag, laat iets anders zien dan iemand die structureel vaag blijft.
Let daarom op herhaling, timing en veranderingen ten opzichte van iemands ‘normale’ gedrag. Pas als je meerdere signalen ziet, in een duidelijke context, kun je voorzichtig gaan vragen wat er mogelijk speelt.
De kunst is dus om niet te snel te oordelen, maar om te observeren, te vergelijken en door te vragen. Maar waarom is dit überhaupt nodig? Waarom zeggen mensen gewoon niet waarop het staat? Waarom blijft er zo veel onuitgesproken in gesprekken?
Waarom is gedachten lezen in gesprekken nodig?
Gedachten lezen in gesprekken is soms echt nodig, omdat mensen zich niet durven uitspreken. Dit kan zijn uit angst voor conflict of je kunt simpelweg niet goed spreken over de emoties die in je om gaan. Ik zie 6 oorzaken van dingen achterhouden in gesprekken:
- angst voor conflict
- behoefte om aardig gevonden te worden
- onzekerheid
- hiërarchie op het werk
- spanning in lastige gesprekken
- niet precies kunnen verwoorden wat je voelt of bedoelt
1. Angst voor conflict
Angst voor conflict is een grote factor, waardoor veel mensen zich niet durven uitspreken. Je voelt wel dat er iets niet klopt, maar je slikt je woorden in. Je wilt immers geen spanning veroorzaken of de sfeer verzieken. Dus kies je voor de veilige route. Je zegt iets algemeens, draait er een beetje omheen of verandert subtiel van onderwerp. Op korte termijn voelt dat prettig, want je voorkomt gedoe. Op lange termijn stapelt het zich op, want wat niet wordt uitgesproken, verdwijnt immers niet. Het blijft hangen in de onderstroom van het gesprek. Daardoor praat je langs elkaar heen, terwijl je denkt dat je duidelijk bent.
2. Behoefte aardig gevonden te worden
Als je aardig gevonden wilt worden, dan weeg je je woorden en filter je je mening. Je wilt immers niet de ander tegen je in het harnas jagen. Dus zeg je niet wat je echt denkt, maar eerder wat sociaal wenselijk voelt. Je lacht iets weg, stemt sneller in dan je eigenlijk wilt of laat een belangrijk punt liggen omdat het misschien ‘te direct’ is. Dat lijkt slim, want je houdt de sfeer prettig. Alleen betaal je daar een prijs voor, want je laat niet zien wat er echt speelt. En als dat vaker gebeurt, ontstaat er juist afstand.
3. Eigen onzekerheid
Veel blijft onuitgesproken in gesprekken, niet omdat mensen niets te zeggen hebben, maar omdat ze twijfelen aan de waarde van hun eigen woorden. Onzekerheid fluistert dat je reactie niet slim genoeg is, dat je vraag dom overkomt of dat je beter even kunt wachten. Dus slik je je woorden maar in. Ondertussen gaat het gesprek gewoon door, vaak zonder dat iemand doorheeft wat er bij jou onder de oppervlakte speelt. Zonde, want juist die ongezegde gedachten bevatten vaak de nuance, de eerlijkheid en de verdieping waar een gesprek beter van wordt.
4. Hiërarchische verhoudingen op het werk
Op het werk zorgen hiërarchische verhoudingen er vaak voor dat mensen zich inhouden. Zodra er iemand aan tafel zit met meer macht en invloed, zoals een leidinggevende, dan ga je vaak toch anders een gesprek in. Voorzichtiger. Braver. Je zegt minder snel wat je echt denkt, zeker als diegene iets te zeggen heeft over jouw werk, beoordeling of toekomst.
En als er ook nog sprake is van een werkcultuur waarin psychologische onveiligheid heerst (dus een sfeer waarin kritiek slecht valt, fouten tegen je worden gebruikt of eerlijke meningen ongemak opleveren), dan wordt het helemaal oppassen. Dan houd je al helemaal je ideeën liever voor je (want er wordt toch niet naar geluisterd), slik je twijfels in en laat je problemen liever lopen. Alles beter dan het gedoe van dingen hardop uit te spreken, toch?
5. Spanning bij lastige gesprekken
In lastige gesprekken gebeurt er vaak iets vervelends: je staat strak van de spanning. En als jij begint te nagelbijten of ijsberen van de zenuwen, dan zit je al gauw niet meer echt in het gesprek. Je zit namelijk vooral in je hoofd. Wat ga ik zeggen? Hoe komt dit over? Wat als het verkeerd valt? Daardoor ga je snel op de rem staan. Je wilt niet zeggen wat je bedoelt. Ondertussen pik je ook veel minder op van de ander, want je aandacht zit bij jezelf en de reactie die je wilt gaan geven.
6. Niet je gevoelens en gedachten onder woorden kunnen brengen
Er blijft in gesprekken vaak veel onuitgesproken, omdat je ergens wel wat voelt en denkt, maar hoe krijg je dat je strot uit op een goede manier? Je merkt bijvoorbeeld dat iets je raakt, stoort of onzeker maakt, alleen kun je er op dat moment niet precies de juiste woorden aan geven. En als je niet goed weet hoe je iets moet zeggen… tja, dan beter je mondje houden, toch?
Of je begint wel te spreken (Dapper, hoor!), maar blijft hangen in vage zinnen, omwegen of halve opmerkingen waar de ander weinig mee kan. Dat is logisch, want gevoelens en gedachten zijn lang niet altijd netjes geordend. Zeker niet midden in een gesprek, als je tegelijk moet luisteren, nadenken en reageren. Voor je het weet is het moment alweer voorbij en blijft juist datgene waar het echt om draaide onbesproken.
Welke fouten maken mensen vaak hierbij?
Hoewel we van nature geweldig uitgerust zijn met alle ‘tools’ die we nodig hebben om gedachten te lezen, doen we het steeds minder. Dat komt omdat ons leven tegenwoordig zo snel, druk en versnipperd is, dat we veel minder goed opletten op wat er om ons heen gebeurt. We kijken mensen minder vaak met aandacht in de ogen, laten communicatie veelal indirect via beeldschermen verlopen en letten minder op elkaars gevoelens en intenties dan voor de digitale revolutie.
Wetenschappelijke onderzoeken ondersteunen deze bevinding, zoals het onderzoek van de Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Yalda T. Uhls et al. van de University of California Los Angeles. In dit onderzoek bekeken de onderzoekers een groep kinderen, die vijf dagen lang volledig afgesloten was van schermen tijdens een kamp in de natuur. Voor en na deze periode werd getest hoe goed ze non-verbale signalen herkenden, zoals gezichtsuitdrukkingen en emoties.
De uitkomst was opvallend: zonder digitale afleiding werden kinderen significant beter in het lezen van emoties en sociale signalen. Intensief schermgebruik lijkt dus onze gevoeligheid voor subtiele, ongezegde signalen te verzwakken, terwijl directe, face-to-face interactie deze vaardigheid juist versterkt.
Is het dan zo slecht met ons gesteld nu we allemaal dagenlang met schermpjes voor onze neus zitten en komt het niet meer goed? Dat valt gelukkig wel mee, want ook al gebruiken we onze talenten tot interactie minder, ze zijn er nog steeds en jij kunt ze weer (leren) gebruiken.
Waarom vinden we het lastig om tussen de regels door te lezen?
Gedachten lezen gaat vaker mis, omdat je alleen naar de woorden luistert maar je vergeet tussen de regels door te luisteren. Dat komt vaak doordat je vooral reageert vanuit je eigen hoofd. Je angsten sturen je aandacht. Je voorkeuren kleuren wat je oppikt. En je eerdere ervaringen vullen de rest zelf in. Voor je het weet hoor je vooral bevestiging van wat je al dacht.
Voorbeelden:
- Je leidinggevende plaatst een neutrale opmerking en jij hoort kritiek.
- Je collega twijfelt hardop over iets dat je aangedragen hebt en jij denkt dat hij je niet vertrouwt.
Deze zaken dragen ook bij
Ik zie in de cursussen assertiviteit en gesprekstechnieken die ik vaker bijwoon de cursisten bovendien struggelen met deze zaken:
- Projectie: je projecteert je eigen gedachten, twijfels en aannames op wat de ander zegt, waardoor je het gesprek invult in plaats van volgt. Zo reageer je op je eigen verhaal, niet op dat van de ander.
- Aannames: je maakt aannames op basis van een paar woorden. Je denkt het al te snappen, waardoor je stopt met echt luisteren. Zo hoor je vooral wat je verwacht, niet wat er werkelijk gezegd wordt.
- Eerdere ervaringen: als je ooit bent afgewezen, genegeerd of bekritiseerd, dan hoor je sneller dreiging of kritiek, ook als die er niet is. Daardoor reageer je op je eigen filter in plaats van op de ander.
- Pleasegedrag: als je pleasegedrag vertoont, wil je vaak jouw reactie laten aansluiten met wat de ander wilt horen. Je wilt immers diegene niet voor de kop stoten met een afwijkende mening.
- Conflictvermijding: als je conflictvermijdend een gesprek in gaat, dan laat je zelden een duidelijke ‘nee’ horen, maar eerder omwegen, verzachtende uitspraken en vaagheid. Je wilt immers geen ruzie.
- Te snel conclusies trekken: Je denkt dat je het wel snapt, nadat je een blik of toon hebt waargenomen. Je ziet een frons of hoort twijfel en voor je het weet plak je er een betekenis op die meer over jouw interpretatie zegt dan over de ander. Daardoor stop je met echt luisteren en reageer je op een conclusie die misschien helemaal niet klopt.
Het einde lijkt zoek. Hoe voorkom je in hemelsnaam zo’n fouten die toch zo snel optreden en bijna natuurlijk aanvoelen (Ik bedoel: iedereen vult wel eens in en gaat conflicten uit de weg, toch?)? Ik zei het al even tussen neus en lippen door: door assertiever te worden.
Hoe helpt assertiviteit om beter te begrijpen wat er speelt?
Een assertieve instelling tijdens je gesprekken helpt je om beter te begrijpen wat er speelt, doordat assertieve communicatie zorgt voor concrete, heldere en respectvolle gesprekken. Je leert de persoon tegenover je aanvoelen, maar voorkomt dat je dingen gaat invullen. Je gaat namelijk met een assertieve instelling sneller checken wat er klopt van wat je denkt te zien. Dit doe je door vragen te stellen, samen te vatten en te reflecteren. Daardoor haal je meer boven tafel dan alleen de woorden die gezegd worden. Je merkt sneller spanning, twijfel of terughoudendheid op, omdat je er niet omheen draait maar het benoemt.
Je durft bovendien ook je eigen gedachten en gevoelens te delen en dat is precies waar gesprekken vaak kantelen van oppervlakkig naar echt. Want zolang jij stilhoudt wat je denkt, blijft de ander reageren op een halve werkelijkheid (zeker als die ook geen assertiviteitscursus gevolgd heeft). Zodra je uitspreekt wat er bij jou speelt, geef je de ander iets concreets om op te reageren. En ja, dat voelt soms spannend. Want wat als de ander het er niet mee eens is? Wat als je weerstand krijgt?
Door het echter wél te zeggen, voorkom je dat kleine irritaties of twijfels onderhuids blijven sudderen. Je haalt ze naar voren, maakt ze bespreekbaar en geeft het gesprek de kans om ergens over te gaan in plaats van eromheen te draaien.
“Tja… dat is makkelijker gezegd dan gedaan voor subassertieve mensen!” Subassertieve mensen zullen het inderdaad lastiger vinden om gedachten te lezen in een gesprek, omdat ze sowieso proberen hun mening in te houden en gedoe te voorkomen.
Waarom vinden subassertieve mensen dit lastig?
Subassertieve mensen zijn vaak heel gevoelig voor sfeer en signalen, wat het moeilijker maakt om echt tussen de regels door te luisteren. Ze denken namelijk dat ze goed weten wat er speelt, maar trekken daar ook sneller conclusies uit die hen onzeker maken in plaats van deze conclusies eerst te verifiëren.
Als je subassertief bent, dan ben je namelijk heel druk met hoe je overkomt. Terwijl de ander praat, draait er bij jou op de achtergrond een constante evaluatie: “Kom ik wel slim over? Zeg ik niks geks? Vinden ze me wel aardig?” Die mentale ruis kost zoveel capaciteit dat er weinig ruimte overblijft om non-verbale signalen echt waar te nemen. Laat staan goed te interpreteren.
Wat je helaas wel oppikt, kleur je vaak zelf in. Negatieve signalen springen er direct uit. Een zucht, een korte blik of een neutrale gezichtsuitdrukking; je leest het al snel als afwijzing of irritatie. Neutrale of positieve signalen verdwijnen naar de achtergrond; simpelweg omdat je brein verwacht negatieve dingen te spotten.
En angst voor conflicten…
Daar komt nog iets bij: subassertieve mensen zijn vaak extra alert op conflicten. Een iets korter antwoord, een frons, een andere toonhoogte; voor jou kan dat al genoeg zijn om te denken: “Oei, dit gaat de verkeerde kant op.” Het probleem is alleen dat zo’n signaal lang niet altijd betekent wat je erin leest. Iemand kan ook gewoon moe zijn, afgeleid, gehaast of bezig zijn met nadenken. En zodra je begint in te vullen, dan verandert je houding meteen. Je wordt voorzichtiger of past je aan, zonder eerst te fact checken.
@tijdwinst Waarom is het zo moeilijk om nee te zeggen? En hoe zorg je dat je grenzen stelt zonder je schuldig te voelen? In deze aflevering bespreken we: – Waarom ‘nee’ zeggen zo lastig is – Hoe je duidelijk en zelfverzekerd nee zegt – Praktische tips om over je schuldgevoel heen te stappen Luister nu en volg Tijdwinst om te ondekken hoe je meer tijd en energie overhoudt voor wat écht belangrijk is! 🐿️ #tijdwinst #foryoupage #fyp #assertief #selfconfidence #zelfvertrouwen #fypシ゚ #viral #timemanagement #assertive #voorjou #fyppp ♬ original sound – Tijdwinst.com
En hier komt assertiviteit dan weer om de hoek kijken, omdat assertief gedrag deze aannames en interpretaties van je wel gaat toetsen. Hoe word je assertiever in gesprekken? Ik heb 6 tips voor je.
Hoe moet je dan wel gedachten lezen? 6 tips om tussen de regels door te lezen
Hoe lees je wat tussen de regels door gezegd wordt? Het klinkt bijna als gedachten lezen, maar dat is het niet. Het is vooral: beter kijken, scherper luisteren en minder snel invullen. Wat iemand niet zegt, zit vaak verstopt in hoe iets gezegd wordt, niet alleen in de woorden zelf. Hoe lees je dus wat er tussen de regels door gezegd wordt? Ik denk dat deze 6 tips je kunnen helpen:
- Letten op toon en woordkeuze
- Letten op lichaamstaal
- Stiltes verdragen
- Actief luisteren
- Parafraseren en doorvragen
- Empathie tonen
1. Toon en woordkeuze
Tussen de regels door luisteren begint vaak niet bij wat iemand zegt, maar hoe iemand het zegt. Let eens op de toon: klinkt iemand vlak, gehaast, kortaf of juist overdreven luchtig? Dat zegt vaak meer dan de woorden zelf.
Voorbeeld:
- Zegt iemand sarcastisch: “Ja, hoor! Is helemaal prima.”
- Of zegt iemand super vrolijk: “Ja, hoor! Is helemaal prima.”
Let je op woordkeuze, dan hoor je vaak meer dan iemand bedoelt prijs te geven. Mensen kiezen hun woorden niet toevallig.
Voorbeelden:
- Woorden als ‘gewoon’, ‘prima’ of ‘maakt niet uit’ klinken onschuldig, maar worden vaak gebruikt om iets af te zwakken.
- Hoor je veel vage woorden zoals ‘een beetje’, ‘misschien’ of ‘ongeveer’, dan kan dat wijzen op twijfel of terughoudendheid.
En let ook op herhaling. Iemand die blijft zeggen dat iets ‘echt geen probleem’ is, probeert zichzelf of jou vaak te overtuigen. Door die kleine signalen serieus te nemen en er rustig op door te vragen, kom je sneller bij wat er echt speelt.
Communicatiemanager bij Tijdwinst.com, Inge Martina Nysten, legt je in deze video ook uit hoe je je lichaamstaal goed kunt inzetten.
2. Lichaamstaal
Lichaamstaal omvat dingen als je houding, bewegingen, gezichtsuitdrukking en manier van kijken. Het gaat om hoe je zit of staat, hoeveel oogcontact je maakt, wat je handen doen terwijl je praat, hoe je gezicht reageert op wat er gezegd wordt. Vaak gebeurt dit automatisch, zonder dat je het doorhebt, maar de ander pikt deze zaken wel op. Want je lichaamstaal geeft vaak weer wat er echt bij je speelt. Let bijvoorbeeld eens op deze dingen:
- Gekruiste armen en benen laten een barrière zien. Het is een typisch teken van weerstand.
- Een oprechte glimlach trekt door naar de ogen. Je kunt wel bewust glimlachen (ook al meen je het niet), maar die schittering in je ogen komt alleen als je oprecht enthousiast of blij bent van iets.
- Spiegelen van je houding is een teken dat de ander zich op zijn gemak voelt bij je.
- De hoeveelheid oogcontact dat iemand maakt, zegt vaak ook iets over de oprechtheid van de woorden. Weinig of juist overmatig oogcontact duidt vaak op een leugen.
- Opgetrokken wenkbrauwen hebben een negatieve connotatie, omdat je die vooral laat zien bij verrassing, ongeloof, zorgen of angst.
- Overdreven knikken laat zien dat je goedkeuring zoekt en dat je bang bent voor wat de ander van je vindt.
- Gebalde kaken of gefronste wenkbrauwen zijn tekenen van stress.
3. Stiltes
Wil je weten wat er echt in iemand omgaat? Dat begint vaak ook bij de stiltes die vallen. Vallen ze op een logisch moment of juist niet? Een korte pauze kan betekenen dat iemand nadenkt, maar een langere stilte na een simpele vraag zegt vaak meer, zoals twijfel, terughoudendheid of misschien iets inslikken.
Bekijk in deze aflevering van de Tijdwinst Podcast met Björn Deusings, productiviteitsexpert en persoonlijke effectiviteitscoach en Maggs Rippen hoe je stiltes in gesprekken slim kunt inzetten.
4. Actief luisteren
Actief luisteren betekent dat je met volle aandacht naar iemand luistert. En dat betekent: geen telefoon kijken, niet bezig zijn in je hoofd met wat je wil antwoorden, gewoon volle focus op de ander. Door samen te vatten wat je hoort, check je niet alleen of je het goed begrijpt, maar nodig je de ander ook uit om aan te vullen. Bovendien voelt je gesprekspartner zich echt gehoord, waardoor hij of zij ook veel opener in het vervolg van het gesprek staat.
5. Parafraseren en doorvragen
Als je echt wilt horen wat iemand bedoelt, moet je jezelf dwingen om langzamer te gaan. Niet meteen reageren, niet invullen, maar eerst wat je gehoord hebt samenvatten. Dit doet iets belangrijks: je legt je interpretatie op tafel, zodat de ander die kan bevestigen of corrigeren. Bovendien laat je zo zien dat je echt naar diegene geluisterd hebt. Hierna moet je doorvragen. Open vragen stellen, waarmee je geen kort antwoord krijgt, maar dieper tot de kern van het gesprek kunt komen.
6. Empathie
Jouw brein is van nature empatisch, waardoor je het vermogen hebt om je in andere personen in te leven. Dankzij je spiegelneuronen gaan jouw hersenen op dezelfde frequentie werken als die van de persoon die je observeert. Dankzij deze connectie via spiegelneuronen, ben je in staat om de emoties, bewegingen en intenties van de ander veel beter te voelen.
Christian Keysers van de universiteit in Groningen vertelt in zijn boek Het empathische brein over hoe empathie ervoor zorgt hoe je ‘in elkaars schoenen’ kunt stappen. Keysers:
“Ken je dat gevoel dat je een spin op de hand van iemand anders ziet en dan zelf je hand voelt kriebelen? Dat heeft te maken met spiegelneuronen en empathie. Datzelfde kan mentaal. Als je ziet dat iemand die je lief hebt, wordt weggeduwd of afgewezen, dan ervaar jij datzelfde gevoel van afwijzing. Waarom sport op tv je tot tranen kan roeren als jouw team wint? Het zijn de spiegelhormonen die jou een glimp laten opvangen van wat het winnende (of verliezende) team waarvoor jij supportert ervaart. Dat gebeurt vooral veel bij sociale emoties, zoals schuldgevoel, schaamte, trots, lust en afschuw.”
Ik zei al dat doorvragen leidt tot de kern van het gesprek, doordat je door vragen te stellen oprechte interesse en nieuwsgierigheid laat zien, maar hoe vraag je door zonder opdringerig te lijken?
Hoe vraag je door zonder te pushen? 7 goede vraagtechnieken
Je wilt met je vragen niet drammerig overkomen natuurlijk. Als je het mij vraagt, voorkom je dat een gesprek aanvoelt als doorzagen door een goede middenweg te vinden tussen oprechte interesse tonen en het respecteren van iemands grenzen. Hoe pak je dit aan? Met deze 7 tips:
- Stel open vragen: ik vertelde het al eerder, maar open vragen nodigen uit tot vertellen en diepgang.
- Vermijd “waarom”, want dit vraagwoord heeft een verwijtende ondertoon. Het is een vraag die bijna rechtvaardiging eist en daarom een defensieve reactie vaak als gevolg heeft.
- Laat OMA thuis. Dit is net als actief luisteren, samenvatten en doorvragen (de LSD-techniek) een gesprekstechniek, waarbij je leert om oordelen, meningen en aannames niet mee te nemen in een gesprek.
- Papegaaien of reflecteren: met deze techniek herhaal je de laatste woorden van de ander met een vragende intonatie. Dit zorgt ervoor dat de ander nog meer uitleg geeft.
- Vraag naar iemands beleving. Focus op gevoelens en gedachten. Door ernaar te vragen, geef je aan dat je niet zult oordelen en de ander echt wil begrijpen.
- Respecteer stiltes, want die hoeven niet erg te zijn in gesprekken. Geef de ander tijd om een antwoord op je vraag te geven en begin niet meteen je vraag te herformuleren of een antwoord in te vullen.
- Wees een OEN: weer een gesprekstechniek die zich ditmaal focust op je houding. Neem een open, eerlijke en nieuwsgierige houding aan.
Doorvragen zonder te pushen is dus eigenlijk gewoon nieuwsgierig zijn in plaats van oordelend of opdringerig. Je geeft je gesprekspartner de ruimte om zijn verhaal zelf aan te vullen.
Conclusie: je kunt dus geen gedachten lezen
Je kunt misschien niet in iemands hoofd kijken tijdens gesprekken, maar je kunt wel leren om subtiele, non-verbale signalen beter op te pakken. Dit gebeurt alleen als je stopt met raden en invullen en in plaats daarvan begint met kijken, luisteren en doorvragen. Juist daar gaat het vaak mis: we vullen te snel in, laten ons leiden door onzekerheid of spanning en missen daardoor wat de ander eigenlijk laat zien tussen de regels door.
Wil je daar beter in worden, let dan eens bewust op toon, stiltes, woordkeuze en lichaamstaal in je volgende gesprek, want daar hoor je vaak meer dan in een keurig uitgesproken zin. Wil je daar echt handiger in worden? Schrijf je dan eens in voor een eendaagse assertiviteitstraining van Tijdwinst.com. Leer minder invullen, beter doorvragen en sneller signalen oppikken en voor je het weet kun je toch met trots verkondigen dat je de nieuwe Professor Xavier bent (of ja… een beetje dan).
Natasja Bartholomé,
High performance blogger
Meer lezen over gesprekken voeren en assertiviteit?
- Met deze 11 tips nooit meer invulgedachten in feedbackgesprekken
- Stress en piekergedachten? Deze simpele ademhalingsoefeningen laten de rust wederkeren
- 5 manieren om lichaamstaal te lezen en in te zetten voor een effectievere communicatie
- Hoe negatieve gedachten je zelfvertrouwen aantasten (en hoe je ermee kapt!)
- Negatieve gedachten loslaten met 10 (bewezen) praktische tips
Volg ons ook op LinkedIn, Instagram of Pinterest en krijg elke dag slimme tips om je geheugen fit en alert te houden. Wil je er echt dieper induiken? Dan hebben we ook twee boeken voor je geschreven: Elke dag om 15:00 klaar en Full Focus op wat echt belangrijk is.
Ben je meer van luisteren dan van lezen? Dan zit je goed; elke week verschijnt er een nieuwe aflevering van de Tijdwinst Podcast op YouTube, Spotify en Springcast. In die afleveringen bespreken we herkenbare situaties, slimme aanpakken en bruikbare inzichten waar je direct je voordeel mee kunt doen.
Wil je niets missen van onze artikelen en alles netjes in je inbox ontvangen? Meld je dan aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief of dagelijkse Whatsapp updates.
Veelgestelde vragen over gedachten lezen
-
Hoe noem je iemand die gedachten kan lezen?
Iemand die gedachten kan lezen, noem je meestal een telepaat.
-
Kan de duivel je gedachten lezen?
In religieuze en culturele verhalen wordt vaak gezegd dat de duivel mensen kan verleiden of beïnvloeden, maar niet dat hij letterlijk toegang heeft tot je gedachten zoals jij die ervaart. Dus zelfs de duivel kan niet echt je gedachten lezen! Misschien is hij gewoon ook goed je non-verbale signalen op te pikken!
-
Hoe werkt gedachten lezen?
Niet, want niemand kan echt een deur openen bij een ander en letterlijk alle gedachten waarnemen. Het enige wat je kunt doen, is leren letten op non-verbale signalen tijdens de communicatie. Die zeggen namelijk vaak meer dan een 1000 woorden.
-
Wat is het verschil tussen aanvoelen en invullen?
Aanvoelen betekent dat je oppikt wat er speelt bij de ander op basis van signalen. Je hoort de toon, ziet de lichaamstaal, merkt dat iemand twijfelt of iets inhoudt. Je blijft daarbij nieuwsgierig en checkt jezelf. Je checkt: ‘Ik heb het idee dat er meer speelt, klopt dat?’ Je laat dus ruimte voor correctie.
Invullen is iets anders. Dan trek je conclusies zonder te checken. Je ziet één signaal en maakt er meteen een verhaal van. Iemand kijkt even weg en jij denkt: ‘Hij vindt dit ongemakkelijk’ of ‘Ze is het niet met me eens’. Je doet alsof je het zeker weet, terwijl je eigenlijk aan het gokken bent. Op basis daarvan handel je en je controleert niet of die invulgedachte ook wel klopt.
-
Hoe herken je verborgen weerstand of twijfel op het werk?
Verborgen twijfel of weerstand herkennen in een gesprek is zelden iets wat iemand hardop zegt. Je merkt het juist in de kleine dingen. Hier kun je eens op letten:
- ‘Ja’ zeggen, maar er is vervolgens geen vooruitgang te zien. Deadlines schuiven op, acties blijven liggen. Dit is vaak geen onwil, maar twijfel of gebrek aan commitment.
- Vage antwoorden en om de hete brij heen draaien: In plaats van een duidelijk antwoord krijg je “Ja, maar…”, “Ik moet er nog even naar kijken’ of een lang verhaal zonder kern.
- Subtiele lichaamstaal, zoals armen over elkaar, wegkijken, zuchten, kleine fronsen. Op zichzelf zegt het weinig, maar in combinatie met de context kan het veel betekenen.
- Iemand is het overal mee eens, maar komt later terug op afspraken of voert ze half uit. Dit kan een teken zijn dat iemand zich niet veilig voelt om eerlijk te zijn.
- Feedback krijg je op de wandelgangen te horen, maar niet face to face.
Wie zijn wij? | Tijdwinst.com
Tijdwinst.com is een trainingsbureau dat gespecialiseerd is in slimmer (samen)werken. We bieden door het hele land diverse (online) trainingen aan, variërend van timemanagement, assertiviteit, gesprekstechnieken tot aan snellezen. Nieuwsgierig? Neem dan zeker eens een kijkje op onze website of blogs, en schrijf je in voor één van onze (digitale) trainingen.






